Het platform Noord Holland Noord komt in actie.
Juist nu is een juiste inbreng van vrijwilligers uiterst noodzakelijk. Dreigende kazernesluitingen, brandweerposten die op non actief worden gesteld, gemeentelijke herindelingen, kazerne opvolgingstabellen, opzetten van veiligheidsbureaus zijn slechts enkele voorbeelden.
Vrijwilligers wees trots op je vak en ben je het niet eens met het beleid dat wordt gevoerd laat je dan horen.
HET PLATFORM VBV NOORD HOLLAND NOORD KOMT OOK NAAR DE KORPSEN TOE.
Op de laatste bestuursvergadering zijn de volgende speerpunten aangegeven waar het platform NHN zich op gaat richten:
1 Organisatie verandering binnen de regio en medezeggenschap
2 Nieuwe opleiding van de manschappen en bevelvoerders
3 Inbreng vanuit de korpsen in de vele regionale besluiten
4 Nodeloos veel mensen oproepen bij opschaling
5 Kazerne opvolging
6 Invloed op regionale materieel en materiaal keuze
7 Rechtpositie van de brandweervrijwilligers
8 Oefen belasting manschappen en bevelvoerders
1. Organisatie veranderingen binnen de regio en medezeggenschap
Een voorbeeld van een organisatie verandering is het Veiligheidsbureau. Doormiddel van dit veiligheidsbureau wil men de brandweerzorg centraliseren. Vanuit reacties van onze leden maken we op dat deze vorm van gemeentelijke samenwerking een negatieve invloed te heeft op de motivatie van vrijwilligers bij de brandweer. Geen of slechte vormen van medezeggenschap en communicatie zijn wederom de belangrijkste oorzaken van dit falen. De vrijwilligers komen hierdoor vaak onverwacht voor voldongen feiten te staan. In verschillende gebieden van onze regio is men voornemens dergelijke veiligheidsbureaus op te richten. De VBV wil door middel van een convenant en een vrijwilligersraad de positie van de brandweervrijwilliger in het veiligheidsbureau en veiligheidsregio veilig stellen.
2. Nieuwe opleiding van manschappen en bevelvoerders
Deze nieuwe opleidingen brengen verschillende goede dingen met zich mee. Maar ook aspecten waar we ons zorgen over maken. We denken dan b.v. aan het mentorschap. Hoe je het wendt of keert een extra belasting voor een korpslid of korpsleden. Van het opleidinginstituut van de regio hebben we begrepen dat wanneer er geen mentor geleverd kan worden door een korps er niet kan worden opgeleid. Hierdoor kunnen kleinere korpsen hard getroffen worden.
Op dit moment is men bezig met de opleiding manschappen en bevelvoerders nieuwe stijl zonder dat de lesstof echt is vastgesteld is door NBBe en BZK. De vele uren van zelfstudie die van de cursisten wordt verwacht is een flinke extra belasting die niet direct zichtbaar is. De VBV maakt zich dan ook ernstige zorgen. Deze belasting lijkt zover te worden opgeschroefd dat straks naast de officiersopleiding ook een bevelvoerderopleiding niet meer haalbaar is voor de vrijwilliger
3. Inbreng vanuit de korpsen in de vele regionale besluiten
Door het wegvallen van regionale werkgroepen is de inbreng vanuit de korpsen minimaal. Bestuurders en commandanten worden hierdoor eenzijdig geïnformeerd en keuren stukken goed die niet of niet goed op de praktijk inspelen. Het resultaat zijn vele besluiten op repressief gebied die geen draagvlak hebben bij degene die het moeten uitvoeren, de Brandweervrijwilligers
4. Nodeloos veel mensen oproepen bij opschaling
Regelmatig gebeurt dat er veel meer personeel wordt opgeroepen dan uiteindelijk nodig blijkt te zijn. De oorzaak ligt bij de meldkamer die de alarmering mogelijkheden drastisch hebben teruggebracht. Hierdoor krijgt een bevelvoerende bij een opschaling vaak meer personeel en materieel dan dat hij eigen nodig heeft. Dit werk demotiverend voor een bevelvoerende want die is juist in de fase dat de inzet wordt bepaald gestoord wordt door opkomende eenheden die hij/zij niet nodig acht. Daarnaast is het demotiverend voor het brandweerpersoneel dat heel lang moet wachten om dan te horen dat ze niet nodig zijn. Het lijkt er op dat het brandweerpersoneel er voor de meldkamer is.
5. Kazerne opvolging
Vaak blijkt de uitkomst van het (theoretische)rekenmodel dat als basis van de kazerneopvolging heeft gediend niet met de praktijk te kloppen. De veiligheidsregio weigert de reeds aangeleverde praktijkgegevens op kort termijn toe te passen en wil op een nog te bepalen evaluatie moment wachten. Hierdoor komt het voor dat er onnodig kazernes bij een opschaling worden leeg getrokken of dat posten niet gealarmeerd worden terwijl buurgemeenten in hun verzorgingsgebied ingezet worden bij alarmeringen. Voor de burger betekend dit dat er geen adequate hulp geboden wordt.
6. Invloed op regionale materieel en materiaal keuze
Vaak lijkt een Europese aanbesteding bepalend te zijn voor aanschaf van materieel en materiaal. Hierdoor zijn vaak de (laagste)kosten bepalend en niet de werkbaarheid en de kwaliteit. Al verschillende keren zijn we gestuit op allerlei tekortkomingen van door de regio aangeschafte materiaal en materieel. (Alarmontvangers, OVD voertuigen en explosiegevaarsmeters)
7. Rechtpositie van de brandweervrijwilligers
Vakbonden dreigen samen met het VNG een rechtspositie af te gaan sluiten zonder dat de vrijwilligers hierbij zijn betrokken. De vakbonden zeggen ondanks dat zij nooit de Brandweervrijwilligers hebben geraadpleegd hun vertegenwoordigers te zijn. Ook het VNG weigert om de VBV als de vertegenwoordigers van de vrijwilligers bij de onderhandelingen toe te laten. Als de voortekenen niet bedriegen gaat men wederom praten over vrijwilligers zonder deze echt te raadplegen. De onderhandelingspunten welke zijn opgesteld door de vakbonden en VNG doen ons echt het ergste vrezen. De VBV roept dan ook de leden van de vakbonden op aan te geven dat ze op rechtspositioneel gebied alleen vertegenwoordigd willen worden door de VBV waar wel de kennis aanwezig is wat de Brandweervrijwilligers belangrijk vinden.
8. Oefen belasting manschappen en bevelvoerders
Het regionale beleidsplan oefenen en opleiden (BOOB) is niet duidelijk over waar men de normlat legt. Kwantiteit krijgt hierdoor de voorkeur boven de kwaliteit van de oefening. Men praat over kwaliteitsverbetering zonder aan te geven wat er nu dan zo slecht gaat. Hierdoor zijn de gemaakte uren bepalend voor de kwaliteit volgens de regio. Door deze opstelling ontstaat een onnodige verzwaring van belasting. Ook is er vaak meer rendement uit een oefenavond te houden en kunnen de korpsen beter ondersteund worden door de regio bij het uitzetten van oefeningen en het juist vertalen van de leidraad oefenen.












